MENU
  • Home
  • Actueel
    • Nieuws
    • Agenda
  • Inhoud
    • Laatste nummer
    • Archief
    • Rubrieken
    • Redactioneel
    • Artikel
    • Boekessay
    • Naast de bank
    • Scènes
    • Histories
    • Verslagen
    • Boeken
  • Auteurs
    • Overzicht auteurs
    • Auteursrichtlijnen
    • Artikel indienen
    • Gebruik van artikelen
  • Abonnementen
    • Abonnement aanvragen
    • Proefabonnement
    • Voorwaarden en wijzigingen
  • Over TvPa
    • Redactie
    • Adverteren
    • Open Access
    • Links
    • Contact
  • Reacties
    • Van lezers
Inloggen

Registreren
Inhoud
Inhoudsopgave jaargang 27 (2021) / nummer 1
PDF  

De eenzaamheid daar en toen, hier en nu gedragen

Een ambulante psychoanalytische groepssessie
Annie van de Vijver
19 maart 2026

Samenvatting

Groepstherapie heeft me altijd nauw aan het hart gelegen. Ik draag dit artikel op aan Dr. Bruno Remans, psychiater († 2020), met wie ik vijftien jaar heb samengewerkt op de PAAZ te Genk. Hij had grote verdiensten in het mee op de kaart zetten van het psychoanalytisch model en van de groepspsychotherapie in Limburg. Door zijn vasthoudendheid in het hanteren en implementeren van een groepsdynamisch psychoanalytisch kader binnen een PAAZ, heb ik de waarde ervan leren kennen en heb ik ook de kans gekregen om de opleiding tot groepsdynamisch groepsanalytisch therapeut te volgen bij de Nederlandse Vereniging voor Groepstherapie. Door al deze ervaringen heb ik het ook aangedurfd om nadien binnen mijn privépraktijk groepsanalytische groepstherapie te installeren. Er loopt sinds 2010 een open analytische groep, met wekelijkse sessies van anderhalf uur. De basisafspraak is dat men probeert zo vrij mogelijk te spreken over datgene wat de groepsleden bezighoudt, zowel in het hier-en-nu als in hun leven daarbuiten.

Wat betreft het omgaan met vertrouwelijkheid in verband met de bijdrage aan de rubriek die nu voor u ligt, heb ik aan de groepsleden toestemming gevraagd voor de volgende werkwijze. Ik heb vier sessies op audioband opgenomen, waaruit ik één sessie heb gekozen en uitgeschreven voor het Tijdschrift voor Psychoanalyse en haar toepassingen. Deze audioband werd nadien gewist. De sessie werd door twee ervaren groepstherapeuten becommentarieerd (dit zijn de commentaren geworden die na dit eerste onderdeel van de rubriek zijn opgenomen). Ik schreef nadien een repliek (zie het laatste onderdeel). Pas daarna volgde de daadwerkelijke publicatie. Ik garandeerde de anonimiteit van de deelnemers door het veranderen van hun namen en het weglaten van alle mogelijke informatie die tot herkenbaarheid zou kunnen leiden. Iedereen was hiermee akkoord. Eén persoon was erg geïnteresseerd om het artikel dan ook te kunnen lezen. Ik heb gezegd dat dit inderdaad mogelijk was. Ik heb ervoor gekozen om één sessie uit te schrijven, zonder veel achtergrond over de persoonlijke problematiek van de deelnemers, en de sessie voor zich te laten spreken.

Er zijn acht deelnemers, allen aanwezig, twee groepsleden zijn enkele minuten te laat.

Jan is 56 jaar en een alleenstaande man met veel problemen op het vlak van sociale interacties. Hij is vier en een half jaar in de groep.

Roger, 50 jaar, is gehuwd maar mist intimiteit in zijn relatie. Hij is anderhalf jaar in de groep.

Luc is 73 jaar, hij is tweemaal gehuwd en heeft al sinds zijn achttiende terugkerende depressieve perioden. Hij voelde zich voor de start van de groep al een tweetal jaar opnieuw depressief afglijden. Hij is anderhalf jaar in de groep.

Els is 42 jaar, heeft vier kinderen uit drie relaties, heeft nu al lang een stabiele relatie, maar blijft affectie en aandacht missen. Ze is één jaar in de groep.

Klara is 45 jaar en gehuwd, maar twijfelt over de stap om te gaan scheiden. Ze is zes maanden in de groep.

Anne is 40 jaar. Ze heeft een vaste relatie, maar is bang dat haar jaloersheid een hypotheek hierop legt. Ze is zes maanden in de groep.

Peter is 38 jaar en gescheiden. Hij heeft een passionele relatie achter de rug, die hij niet kan loslaten. Hij is twee maanden in de groep.

Ine is 57 jaar en alleenstaand. Ze heeft een volwassen autistische zoon. Sinds een jaar voelt ze zich depressief. Ze was vroeger ook al in groepstherapie en al lange tijd in individuele therapie. Ze is nu één maand in de groep.

 

De sessie begint met vragen naar Ine, wier depressiviteit in de vorige sessie erg voelbaar was. Luc en Roger bevragen waarom haar vrijwilligerswerk gestopt is en hoe ze haar dagen doorbrengt. Ze deed dertig jaar vrijwilligerswerk maar komt nu sinds een jaar bijna niet buiten. Luc heeft zelf veel gehad aan bezig zijn, mensen ontmoeten, het leidt af van het slecht voelen. Ze verwoordt hoe dit slechts afleiding is van de echte realiteit, en hoe alleen ze is als ze thuiskomt. Ze ziet de zin niet meer in van die afleiding. Roger vraagt haar of ze ontgoocheld is in dat vrijwilligerswerk, of ze iets terug had verwacht.

Ine:‹Ik heb de laatste vijf jaar gewerkt in een welzijnsvoorziening, veel projecten gedaan, sommigen zeggen dat ik er te veel van heb verwacht. Misschien is dat met alles zo. Mijn doel in mijn leven was om iets te betekenen voor iemand. Ik dacht dat ik daar iets zou betekenen, maar dat is niet zo. Ik zie er de zin niet meer van›.

Luc blijft het belang van bezig zijn als afleiding benadrukken. Ine probeert uit te leggen dat het een leugen is jezelf dit voor te houden. Het vuur is weg. Peter herkent dat, sport was ooit zijn passie en nu doet hij het omdat het moet. Hij wil die gedrevenheid terugvinden. Roger snapt wat ze bedoelen. Ine heeft het over dat doel in haar leven dat ze kwijt is, en dat ze door bezig te blijven de realiteit ontkent.

Jan:‹Wat ontken je dan eigenlijk?›
Ine:‹Dit is mijn leven: ik heb niemand, ik beteken niets voor niemand en dan ga ik vrijwilligerswerk doen; het lijkt alsof ik dat doe om afleiding te zoeken, maar dat verandert niets aan de realiteit, ik blijf alleen, ik zal geen familie krijgen. Ik doe dat en ja, dan zijn we een half jaar verder en …›
Roger:‹Er is een soort leegte en die krijg je niet opgevuld›.
Ine:‹Dat is het›.
Jan:‹Waar kun je dan niet mee leven, waarom zeg je dat? Wat ontbreekt er dan, wat is dat?›
Ine:‹Dat ik voor niets mijn hele leven gevochten heb om te mogen bestaan. Er is niets, ik heb mijn hele leven gevochten om te zijn waar ik nu ben. Ik blijf het gevoel hebben dat mijn leven zinloos was›.

Els, Jan en Luc blijven zoeken naar hoe ze zich terug nuttig zou kunnen voelen. Jan heeft het over haar zoon, voor wie ze toch gezorgd heeft.

Jan:‹Je voelde je toen toch niet eenzaam en nu wel?›
Ine:‹Als ik niet dien, dien ik tot niets. Mijn zoon is al drie jaar het huis uit en pas het laatste jaar voel ik me heel erg eenzaam. De andere twee jaren ging het wel. Maar ik wil vandaag graag luisteren›.
Jan:‹Oké, ja›.
Klara:‹Ik wil nog wel zeggen dat vrijwilligerswerk of een hobby wel een manier is om andere mensen te leren kennen die misschien ook eenzaam zijn en behoefte hebben aan sociaal contact. Er bestaat ook zo'n vereniging voor alleenstaanden. Mijn schoonzus haar mama is plots alleen komen te staan en ze vindt dat een heel fijn iets›.
Ine:‹Ik ben al dertig jaar alleen. Ik ben niet bang om alleen te zijn. Ik mis die passie, een doel, zingeving, dat is wat ik mis›.
Jan:‹Kun je je voorstellen dat het mensen raakt? Niet dat ik jou wil kwetsen of het uit nieuwsgierigheid vraag, maar het raakt. Ik ben ook heel eenzaam›.
Ine:‹Ik kan moeilijk begrijpen dat mensen met me meevoelen, voor mij is dat vreemd›.
Jan: ‹Maar daar vind je mensen toch in terug›.

Anne zegt kordaat dat Ine het toch zelf zal moeten doen; als ze niet buitenkomt zal er niets veranderen. Dat heeft ze zelf onlangs ook beseft. Ze denkt eraan te stoppen met de groep, iemand anders kan misschien meer geholpen worden. Ine hoopt toch nog altijd op een lichtpuntje, wat Luc bemoedigend beaamt. Hij heeft ook zo'n donkere periode gekend. Men heeft het over je leven al dan niet zelf in de hand hebben, over het belang van praten in de groep hier. Hij vindt het lastig dat Ine nu liever zou zwijgen, hoewel hij zelf soms te veel nadenkt en geconfronteerd wordt met hoe moeilijk het is om jezelf te veranderen, ook al weet je wat er mis is.

Klara heeft zich te veel willen veranderen voor de anderen. Jan vindt dat dit wel iets heeft opgeleverd, namelijk een gezin. Peter betwijfelt dit: heeft het iets opgeleverd als het niet is wat je had gewild, als je erop terugkijkt? Hij zou opnieuw willen beginnen, maar je kunt de klok niet terugdraaien. Jan vindt het ook heel erg te zien dat je dingen hebt stukgemaakt. Hoe ga je daarmee om?

Therapeut:‹Het lijkt jullie erg bezig te houden dat Ine zich zo slecht voelt, het lijkt moeilijk te verdragen dat iemand zich zo slecht voelt›.
Klara:‹We herkennen dat: het is zoals een schip dat ronddobbert, niet weet waarnaartoe›. Ze richt zich tot Ine: ‹Het is belangrijk om tevreden te kunnen zijn met wie je bent›.
Ine:‹Iedereen wil toch een doel hebben, iets betekenen voor iemand anders?›
Klara:‹Het is moeilijk als je doel afhankelijk is van iemand anders›.
Ine:‹Maar wat als je dertig jaar vrijwilligerswerk gedaan hebt, en je betekent niets, alleen het werk betekenende iets. Ik beteken niets, voor niemand, zo voelt dat voor mij. Dan stopt het toch. Ik weet niet wat ik met dat gevoel moet. Ik ben al twintig jaar in individuele therapie, in groepstherapie, in de psychiatrie, ik heb zo hard aan mezelf gewerkt. Dat voelde goed, ik kon zo groeien en ben iemand anders geworden. Ik heb dat voor mezelf gedaan, niet voor iemand anders. Ik vond dat ik ook recht had om te leven en nu denk ik: waarom heb ik dat allemaal gedaan? Het laatste jaar voel ik me zo slecht›.
Luc (lachend):‹Vroeger voelde je je goed, het kan toch terugkomen›.
Ine: ‹Gij zijt een subtiele, gij!›

Luc heeft het over zijn eigen proces.

Ine reageert: ‹Ik heb geen familie (ze heeft gebroken met haar traumatiserende gezin van oorsprong). Ik heb een autistische zoon en heb geen geld, niets›.

Anne gaat weer suggesties geven: een babbeltje slaan met de buren, begeleid wonen … Jan benadrukt haar lege nest, het rouwproces, blijft daarop terugkomen. Ze ontkent het.

Therapeut:‹Er is blijkbaar iets heel moeilijk te vatten in wat Ine vertelt. Jullie zoeken: waar heeft het mee te maken, wat zijn oplossingen, wat zouden we kunnen doen? Misschien is het goed dat Ine de tijd krijgt om hier te zijn en te luisteren, zonder dat we oplossingen moeten zoeken. Het is ook iets existentieels, denk ik. Ik kan me ook wel voorstellen dat het moeilijk te verdragen is om te horen dat iemand zich zo slecht voelt en depressief is. Probeer het gewoon te laten zijn, dat lijkt me belangrijk op dit moment. Ik weet niet wat je zelf vindt, Ine?›.
Ine:‹Oef, ja!›
 Gelach.
Therapeut:‹Ik ken Ine al heel lang. Ik heb voorgesteld dat ze in de groep zou komen om terug wat connectie te maken met andere mensen. Niet in oppervlakkige sociale contacten, maar om serieus te kunnen praten met andere mensen. Je kunt dat niet zomaar overal›.
Ine:‹Ik wil nog iets zeggen aan Roger over dat versje van twee weken geleden. Je bent de eerste persoon in mijn leven die datzelfde versje heeft gebruikt als houvast. Dat heeft me heel lang beziggehouden. Voor mij voelde dat vreemd, maar wel fijn›.
Roger:‹Oké!› (Hij is ontroerd.)

Anne vraagt welk versje dat was. Roger vertelt dat in zijn ouderlijk huis in de keuken een versje hing, hij keek er altijd naar: ‹Daar alleen kan liefde wonen, daar alleen is het leven zoet, waar men stil en ongedwongen alles voor elkander doet›. Het was een soort motto, een richtlijn, maar eigenlijk is dat toch niet ideaal als motto, omdat je dan je eigen behoeften aan de kant zet om aan de behoeften van anderen te voldoen. Twee weken geleden kwam dat versje ook ter sprake in Therapie op de televisie. De therapeut zei dat dat versje veel heeft kapotgemaakt, misère veroorzaakt.

Therapeut:‹Ik heb daar zelf ook nog over nagedacht. Dat is een heel mooi versje, maar het gaat uit van de situatie dat het van minstens twee partijen komt. Er komt een probleem als de een het doet en de ander niet. Als je dat heel je leven blijft volhouden jaag je een schim na. Het kan heel mooi zijn als je graag dingen voor de ander doet, maar als het maar van één kant komt, en je beseft dat niet, dan sloof je jezelf uit en je krijgt niets terug. Het probleem is dat je blind bent voor het gebrek aan wederkerigheid›.

Klara kijkt terug naar haar eigen huwelijk, hoe ze zich aangepast heeft. Jan zegt dat het versje blijft hangen bij mensen bij wie het niet zo is. En dat het mensen ook wel traumatiseert, terwijl het niet juist is. Zijn vader kwam ook eens thuis met zo'n versje, en ze kregen er ruzie over omdat hij het totaal anders interpreteerde als zijn vader.

Ik vraag welk versje dat was, maar Jan wil er niet op ingaan, het was iets in het Duits. Van zulke versjes moet je het niet hebben, dat stamt uit een vroeger tijdperk, toen kinderen dat moesten opdreunen. Klara had dat tegenover iedereen, zich ten dienste stellen aan de anderen. Ze heeft altijd alles geslikt. Als ze erop terugblikt, was ze daardoor heel opgejaagd en in de war. Ze is opgelucht dat ze ermee is gestopt. Ze heeft zich altijd ook zo schuldig gevoeld. Ze verbindt het met haar strenge opvoeding, haar ervaringen op het internaat.

Roger had altijd de drang om voor anderen van alles te doen opdat ze van hem zouden houden, dat beseft hij nu. Nu weet hij dat hij in zijn jeugd iets tekortgekomen is en dat wil goedmaken, in de hoop dat ze alsjeblieft van hem zouden houden. Klara zocht vooral bevestiging; ze was bang afgewezen te worden, alleen te blijven. Peter herkent vooral dit laatste.

Jan was vroeger niet bang om alleen te zijn, maar als hij nu alleen is, voelt hij zich schuldig omdat hij zich zo isoleert. Hij forceert zich om sociaal te zijn, vrienden te maken, en verwijt zichzelf dat hij dat niet genoeg gedaan heeft. Vroeger had hij daar geen behoefte aan, nu wel. Vroeger trok hij zich terug in een cocon van zelfgenoegzaamheid. Hij verwijt zichzelf dat enorm. Luc beseft nu dat hij vroeger te weinig in sociale contacten geïnvesteerd heeft, zijn werk was genoeg voor hem.

Jan:‹Maar als ik om me heen kijk, zie ik toch heel wat mensen van mijn leeftijd die een heel ander leven hebben. Ik heb nooit duurzame contacten gewild; ik heb gewoon met iedereen ruzie gemaakt›.
Luc:‹Hoezo ruzie gemaakt?›
Jan:‹Ik was altijd ontevreden, voelde me altijd de tweede, keek altijd naar mensen die beter waren dan ik. Dat vergelijken heeft veel stukgemaakt in mijn leven, dat besef ik nu. Maar dat maakt dat ik nu nog altijd niet weet wat ik wil, wat ik kan en wat ik voorstel›.
Luc: ‹Maar voel je je wel op je gemak op je werk?›
Jan:‹Ja, nu wel. Ik maak beter sociaal contact dan vroeger, ook omdat ik voor mezelf minder moet presteren. Ik laat me meer zien zoals ik ben. Ik durf nu toe te geven dat ik het niet weet en dat ik het niet heb gemaakt en dat ik andere mensen nodig heb›.
Luc:‹Wat is dat, het gemaakt hebben? Het belangrijkste is toch dat je tevreden bent met wat je zelf hebt›.
Jan:‹Ik ben nooit tevreden geweest. Ik heb altijd vergeleken, mensen gekwetst, me kinderachtig en totaal onvolwassen gedragen, voilà. Ik was het verwende kind. Als ik wat zaagde bij mijn moeder kreeg ik alles wat ik wou, maar wellicht niet dat wat ik nodig had. Dat besef ik nu wel, maar ik kan het niet ongedaan maken. Ik heb veel stukgemaakt in mijn leven. Vorige keer vroeg Annie hoe het voor mij is dat anderen spreken over hun relatie. Achteraf dacht ik dat ze beter had gevraagd aan de anderen hoe het voor hen is dat ik spreek over relaties, terwijl ik er geen heb. Ik heb geen recht van spreken, want ik heb het zelf niet gemaakt, ze zijn allemaal van mij weggelopen›.
Luc:‹Maar je kunt er toch een mening over hebben?›
Jan: ‹Als ik dingen zeg in de groep, is het dikwijls wegkruipen voor mezelf. Ik vind heel moeilijk aansluiting in de groep. Ofwel zeg ik niets, ofwel trek ik me terug, ofwel dring ik mijn mening op. Misschien luister ik niet genoeg naar andere mensen›.
Therapeut (vraag aan de groep):‹Is dat zo?›

Anne vindt van niet, zo komt hij niet over. Je spreekt toch over je eigen ervaring, iedereen mag zeggen wat hij wil. Jan vindt zichzelf niet empathisch genoeg. Klara merkte dat hij de vinger soms op de wonde legt, dat ze het eerder vooral heel raak vindt. Soms is hij confronterend, maar daar kan ze tegen. Roger heeft iets gelezen wat hem erg aan Jan deed denken. Het ging over een cliënt die tegen zijn therapeut zegt dat hij heel zijn leven het gevoel heeft dat hij in een groot treinstation staat. Elke dag komen er treinen aan en vertrekken er treinen en altijd heeft hij het gevoel dat mensen op de trein niet willen dat hij opstapt. Dankzij de therapie is hij gaan inzien dat hij zelf voor die afwijzing zorgde. Toen moest Roger aan Jan denken. Wij zitten nu op een trein hier in de groep. En ergens zorg je zelf voor afstand.

Ine:‹Ik begrijp hem wel. Alleen zijn in een groep, terwijl ieder een relatie heeft›.
Jan:‹Het gaat verder dan dat. Ik heb dat in elke soort van omgang met mensen. Mensen zeggen soms dat ik niet empathisch ben. Maar ik heb Ine niet laten uitpraten›.
Ine: ‹Nee hoor. Ik ken je nog niet zo lang, maar je probeert altijd zoiets wetenschappelijk uit te pluizen, te analyseren, rationeel te benaderen›.
Roger:‹Dat doe ik meestal!› (Lacht.)
Jan:‹Dat treinstation, dat raakt mij wel. Als het mijn eigen schuld is, hoe komt dat dan en wat kan ik eraan doen? Hoe kan ik nog opstappen en is het niet te laat?›
Roger:‹Dat komt door gekwetst te zijn in je kindertijd. Dat komt uit je onderbewustzijn. Omdat je schrik hebt voor afwijzing, ga je zelf afwijzen›.
Jan:‹Dat is jouw analyse en dat zal wel zo zijn. Ik sluit mezelf uit, dat is zo. Dat heeft mijn laatste vriendin letterlijk gezegd. Ik droom vaak dat ik iets mis, dat ik te laat kom. Ik kom ook altijd te laat hier. Soms droom ik dat ik op een feest kom en iedereen al weg is. Dat is een enorm pijnlijke ervaring: de boot missen, anderen hebben plezier en ik hoor er niet bij, kan er niet bij›.
Klara:‹Is het zoals Roger zegt, dat je niet wilt opstappen?›
Jan:‹Ik weet dat ik daarvoor verantwoordelijk ben. In de schooltijd, aan de universiteit, heb ik me opgesloten. Ik had beter sociale contacten gemaakt. Maar ik weet niet hoe ik dat nu moet veranderen. Ik denk dat het te laat is, dat ik het niet meer kan inhalen. Ik heb veel gewild in mijn leven, maar niet gedurfd›.
Therapeut:‹Je zelfverwijt verlamt je en verhindert je om alsnog iets te doen. Ongelooflijk!›
Jan:‹Ja, er staat een spiegel tussen mij en anderen, waarin ik mezelf altijd zie. En ik vind achteraf altijd dat ik het niet goed gedaan heb›.
Therapeut:‹Merken jullie dat, dat Jan continu zichzelf verwijten maakt?›
Luc:‹Ja, als hij bijvoorbeeld zegt dat het te laat is, het is nooit te laat om iets te veranderen›.
Jan:‹Je kunt het alleen maar op bepaald moment accepteren, dat kon ik niet›. (Hij begint opnieuw een voorbeeld te geven vol zelfverwijt.)
Therapeut:‹Welk gevoel krijgen jullie nu bij wat Jan vertelt en bij de manier waarop hij reageert?›
Roger:‹Hij trekt zichzelf naar beneden, Luc begint opnieuw over Jans' houding te spreken›.

Ik vraag opnieuw wat de groepsleden bij zichzelf voelen bij de wijze waarop Jan reageert.

Els:‹Dat hij niet luistert naar wat wij zeggen, dat hij bij zijn standpunt wil blijven en er niet echt iets wil aan veranderen›.
Ine:‹Ik voel me machteloos. Hij kaatst weg wat anderen zeggen. Hij sluit dat af›.
Anneleen:‹Ik voel het niet zo›.
Klara:‹Alles lig precies zo vast, alsof het altijd zo zal blijven›.
Jan:‹Het is zoals Ine zegt: als je thuiskomt, ben je alleen, dat is de realiteit. Ik heb de werkelijkheid niet gezien zoals ze is, maar in een andere realiteit geloofd. Maar ik verveel jullie. Ik verval altijd in hetzelfde verhaal›.
Therapeut:‹Wat de anderen zeggen, is dat ze niet binnenraken bij u›.
Jan:‹Wel, ik heb altijd de indruk dat ik niet binnenraak bij anderen en dat ik me verberg›.
Therapeut:‹Nu verberg je je niet. Het is duidelijk wat er aan de hand is. Wat zou kunnen helpen om iets te laten binnenkomen van iemand anders. Heeft iemand daar een idee van? Wat zou een betere manier zijn om te reageren?›

Ik was de tijd bijna uit het oog verloren en merk dat ik moet afronden. Ik geef aan dat we er nog op terugkomen. Er wordt gelachen als Jan zegt dat het goed is om te stoppen, omdat hij de anderen toch maar verveelt.

Vorige Inhoudsopgave Volgende
Twitter Facebook Linkedin
Delen Print PDF

© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 1382-516x


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Jaargang 32, nr. 1, maart 2026

Neem een ABONNEMENT Laatste editie Archief

Nieuwsbrief Boom Psychologie

Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.

Aanmelden

Boeken

Positieve psychologie - De toepassingen
Fredrike Bannink
€ 24,95
Meer informatie
Diagnostiek in de praktijk
Frans Schalkwijk
€ 39,50
Meer informatie

Privacy policy

Algemene voorwaarden

© 2009-2026
Boom uitgevers Amsterdam

Redactieadres

Romana Goedendorp

Miquelstraat 131

2522 KN  Den Haag
tvpsychoanalyse@gmail.com

Klantenservice

Boom uitgevers Amsterdam B.V.

Postbus 15970

1001 NL Amsterdam

Nederland

088-0301000

klantenservice@boom.nl