‹Voi che sapete›1
Samenvatting
Collega Trui Missinne stuurt met haar bijdrage Fifty shades of gender een delicate Pacific breeze door het Nederlandstalige psychoanalytische landschap. Ik lees haar artikel als een voorzichtige uitnodiging tot kijken en denken, met een psychoanalytische bril, naar liefde en seksualiteit in onze hedendaagse samenleving. Ze leidt ons naar de tijd van de glamoureuze en fascinerende castraten met hun verborgen diepe eenzaamheid en verdriet en geeft ons een inkijkje in haar klinische praktijk met het voorzichtig zoeken naar mogelijkheden om het lijden en de eenzaamheid van hedendaagse transgenders te kunnen ontvangen en door te werken in een unieke psychoanalytische ontmoeting. En ze stelt ons daarbij niemand minder voor dan de Nieuw-Zeelandse Joyce — ‹Chaque homme dans sa complexité psychique est un chef-d'oeuvre, chaque analyse est une odyssée› — McDougall, als compagnon de route.
Reactie op
Trui Missinne (2020). Fifty shades of gender — Liefde en seksualiteit in onze fluïde samenleving. Tijdschrift voor Psychoanalyse en haar toepassingen, 26(4), 261-273.
Wanneer ik tijdens deze strenge coronawinter opgesloten ‹in mijn kot› in de tekst van Missinne over de actualiteit van het psychoanalytische concept ‹psychische biseksualiteit› nog eens de grappige anekdote over McDougalls kleinzoon lees, gaan mijn gedachten naar een vrije en doelloze wandeling in Tallinn enkele lentes geleden. Ik belandde in het KUMU Art Museum voor de expositie The pure and the damned, met werk van de in een arme Russische buitenwijk van Tallinn opgegroeide post-Sovjet rapper en conceptueel kunstenaar Tommy Cash en de Californische, uit Los Angeles afkomstige, fashion- en meubeldesigner Rick Owens. De tentoonstelling bestaat uit verschillende kamers met werk van de afzonderlijke kunstenaars en een intersectie waar hun gezamenlijke creaties getoond worden.
De ruimte met werk van Cash is gevuld met kleurrijke graffiti, luidruchtig begeleid door een krachtig ritme. De ene fascinerende, bevreemdende en verwarrende installatie volgt op de andere, en ze getuigen van een gulzige vrijheid waarmee Cash kan putten uit verschillende thema's van pop culture, verwrongen lichaamsbeelden, iconen uit de kunstgeschiedenis en non-binariteit. Ik blijf wat langer stilstaan bij het intrigerende portret waarbij de artiest zichzelf schildert, naakt, met borsten en hoogzwangere buik. Hij kijkt mij indringend aan. Wil hij tonen hoe hij bij de creatie van zijn werk inspiratie zoekt bij zowel mannelijke als vrouwelijke elementen, of hoe hij zowel kan bevruchten als zich kan laten bevruchten en zo tot een nieuwe creatie kan komen?
De ruimte met werk van Owens is gevuld met statige donkere androgyne silhouetten die ongenaakbaar op een voetstuk in het bovenaardse lijken te verblijven als om vandaar de toeschouwer te negeren. Van laag bij de grond kijk ik gefascineerd naar boven, terwijl ik traag tussen de torenhoge composities wandel. Ik kan daarbij nog net op tijd de aardse en wat fecaal aandoende brute vormen van rotsachtige composities ontwijken die door de ruimte gespannen staan. Om zo het geheel meer reliëf en diepgang te geven? Ik lees dat hij met dit werk, gecreëerd voor de Triennale di Milano, ‹would lay a black glittering turd on the white landscape of conformity› (leaflet exhibition Subhuman inhuman superhuman — Trienniale di Milano, 15 december 2017 tot 25 maart 2018). Owens is een veelzijdig artiest die, na aanvankelijke specialisatie in het naadloos kopiëren van bestaande ontwerpen, zich hiervan kon losmaken door via eigen ontwerpen tot een persoonlijke glamour meets grunge-stijl te komen die, zoals hij zegt, het resultaat is van een zekere waardering voor ‹teenage angst, without actually having the angst› (Catwalk Yourself, 2021).
In de tussenruimte als intersectie van beide artiesten, staan en hangen de silhouetten van Owens nu in koppels van mannen en vrouwen kruislings en ondersteboven in acrobatische posities gepaard. Een paringsdans? Of is het weer zwangerschap? Wanneer ik wat dichterbij ga kijken, ontdek ik dat de silhouetten nu een meer herkenbaar gezicht hebben, van Cash en Owens zelf. Gefopt door een heteroseksuele bril en het lange zwarte haar van Owens!
Terug naar de fascinerende fashionista's in het artikel van Missinne.
Ik bedenk dat de ruimte voor de tentoonstelling op de riante bovenverdieping van het KUMU Art Museum sterk contrasteert met de benepen en vijandige plaats voor de patiënten met een genderthema in de groepstherapie. Uitgespuugd door de groep kon pas in de voldoende veilige ruimte van een individuele therapie na opname in een psychiatrisch ziekenhuis de patiënt tot een eerste verwoorden komen van datgene wat zo beangstigt, om vandaar vervolgens de weg naar een beginnend creatief proces te vinden. Het geeft te denken over het mogelijke onthaal, de aanpak en de behandeling van jongeren die kampen met een gendervraagstuk. Is het zinvol om hen zo kwetsbaar in een groep te brengen waar bij herhaling vooral heel defensief gewelddadig en extreem verwerpend gereageerd wordt op de manifestatie van wat wellicht aan de meest beangstigende infantiele oerfantasmen appelleert? Of is het beter het meer veilige en beschermende kader van een individuele psychotherapie te zoeken; een kader bij een therapeut die zich niet te veel moet verdedigen tegen de angst en kan blijven uitnodigen om in de ontmoeting met die oerfantasmen een impuls tot creatief proces te laten ontstaan? Of is het mogelijk om de ontmoeting met de beangstigende archaïsche seksualiteit binnen de groep te bewaren, op voorwaarde dat er voldoende ruimte blijft voor de psychische biseksualiteit en het biseksuele proces als een integratie van zowel feminiene als masculiene dimensies in de psychoseksualiteit en haar vruchtbaar creatief potentieel? Of, hoe kunnen we, ook in groepsverband, psychoanalytisch blijven denken, zonder dit denken te laten uitdoven door het biologische verschil tussen de geslachten of het culturele genderdiscours? Collega Missinne lijkt in haar artikel liefdevol aanmoedigend en met een speelse knipoog voor dit laatste te pleiten.
Daags voor ik mijn reactie naar het Tijdschrift voor Psychoanalyse en haar toepassingen stuur, ontvang ik het laatste nummer van het International Journal of Psychoanalysis. De rubriek ‹Psychoanalytic Controversy› gaat deze keer over de vraag of en hoe het mogelijk is om psychoanalytisch te denken over transgenderism. In een inleiding tot de verschillende artikelen geeft Rachel Blass (2020) een overzicht van de standpunten van de auteurs, met zowel de mogelijkheden als de pijnpunten die zij ervaren bij de behandeling van lijden aan sekse en gender. Daarbij behandelt zij ook de huidige moeilijkheden om vanuit de psychoanalyse en dus ook vanuit het psychoanalytisch concept van psychische biseksualiteit te denken. Alle auteurs uiten de wens en de noodzaak om meer en beter denken en meer uitwisseling van gedachten over deze kwestie. Ik denk dat de publicatie van het artikel van collega Missinne hiertoe ook in het Nederlandstalige psychoanalytische landschap alvast een aanzet is, waarvoor dank!
Literatuur
- Bell, D. (2020). First do no harm. International Journal of Psychoanalysis, 101(3), 1031-1038.
- Blass, R.B. (2020). Introduction to ‹Can we think psychoanalytically about transgenderism?› International Journal of Psychoanalysis, 101(3), 1104-1108.
- Catwalk Yourself. (2021). Rick Owens. www.catwalkyourself.com/fashion-biographies/rick-owens
- Kumu. (z.d.). Tommy Cash ja Rick Owens. The Pure and the Damned. https://kumu.ekm.ee/en/syndmus/tommy-cash-rick-owensthe-pure-and-the-damned
- McDougall, J. (1996). Eros aux mille et un visages, Paris: NRF, Gallimard.
- Saketopoulou, A. (2020). Thinking psychoanalytically, thinking better: Reflections on transgender. International Journal of Psychoanalysis, 101(3), 1019-1030.
Noot
- 1.‹Jullie die weten wat liefde is›: Cherubino in de opera van W.A. Mozart Le nozze di Figaro (1786, Act 2, 11).
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 1382-516x
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden


