Het hondbewuste
Samenvatting
Sinds enkele jaren hebben we een zwarte labrador in huis. Zijn naam is Bruce. Niet van Springsteen, Lee of Willis, maar van Almighty. Hij komt uit een nest van elf. We gingen hem de eerste weken al bezoeken. Zijn moeder at amper iets. Ze draaide geheel zelfopofferende dag- en nachtdienst om beurtelings de helft van haar kroost te bedienen. Ze kon geen pap meer zeggen. Ik weet niet waarom we uitgerekend Bruce verkozen. Volgens de fokker was hij de rustigste van het nest. Dan vragen we ons wel af hoe de andere pappenheimers zijn geëvolueerd …
Bruce heeft alleszins een indrukwekkende stamboom binnen de werklijn. Zijn vader is nog kampioen van Engeland geweest. We zagen een foto waarop hij met gestrekte staart naar een punt achter de horizon kijkt als stond hij aan de kust van Newfoundland. Ondertussen ontpopt een broer zich als gewaardeerde redder in de Zwitserse Alpen. Daarom heeft mijn echtgenote een rode lederen halsband met witte kruisjes voor Bruce gekocht. Hij ziet er op die manier super betrouwbaar uit. Quod non, trouwens.
We vinden Bruce natuurlijk de liefste en mooiste hond van de wereld. Hij is aerodynamisch als een glanzende kogel. Nu eens zwarte engel, dan weer zwarte duivel, is hij vooral onze eeuwige baby. Ons leven raakte allengs helemaal rond zijn natjes en droogjes georganiseerd. Zijn passief vocabularium is inmiddels uitgegroeid tot een vijftigtal termen. Hij maalt niet om semantiek en grammatica, maar hij herkent meteen het motherese van klanken, toon en timbre.
Men zegt wel dat veel honden op hun baasje lijken. Hij zou net als onze auto een stuk van ons zelf weerspiegelen of hij zou net als een kind het narcisme van de ouders erven. Bruce is ons geliefde tot geïdealiseerde alter ego. Daarnaast is hij onvoorwaardelijk in zijn liefde en positieve acceptatie. Hij begrijpt ons zonder dat er woorden aan vuilgemaakt hoeven te worden en weet er zich met louter lichaamstaal op af te stemmen. Hij heeft iets van de algoede moeder die ons alles geeft en alles gunt, zowel in goede als kwade dagen. Soms waakt of ontfermt hij zich over ons. Hij is dan een kruising tussen lijfwacht en engel- of beter: huisbewaarder. Hij belichaamt alleszins een archaïsch ouderimago, terwijl wij ons de majesteit voelen die hij zo graag wil behagen.
We kunnen ook over andere aspecten van ons onbewuste veel van hem leren. Allebei zoogdieren, hebben we sinds 250 miljoen jaar een groot stuk van ons brein gemeen. Significant verschillen we qua prefrontale cortex. Zowel qua volume als connectiviteit is deze bij de mens proportioneel veel groter. Hij zorgt voor inhibitie, maakt zodoende denken mogelijk en zorgt ervoor dat we goeddeels onwetend zijn geworden van onze werkelijke drijfveren. Ook symboliserend vermogen, theory of mind en mental time travel zijn neocorticale verdiensten.
Genetisch is het verschil tussen mens en bonobo niet groter dan tussen de Indische en de Afrikaanse olifant. Onze intellectuele capaciteiten zijn onvergelijkbaar, maar ze zijn moreel neutraal. Je kunt met intelligentie zowel veel goeds als kwaad aanrichten. Onze ethiek strekt zich enerzijds uit tot wat/wie (ook radicaal) anders is dan wij. Anderzijds slagen we er als geen enkel ander dier in de ander-gelijke, te beginnen met onze (moeder)natuur te schaden. Er is gelukkig een welluidend woord voor: het antropoceen.
Affectieve neurowetenschappers maken uitdrukkelijk onderscheid tussen de drift en het instinct. De eerste zetelt hoog in de hersenstam. Lust en onlust zijn er het kompas aan de hand waarvan innerlijke of homeostatische processen worden geëvalueerd. De drift is klassiek de maat voor de van het zielenleven gevergde arbeid: verstoorde evenwichten (onlust) door herstelde evenwichten (lust) te herstellen.
De instincten zitten hogerop in het limbisch systeem. Zij behelzen vastgelegde gedragswijzen en (ook emotionele) reactiepatronen in omgang met de omgeving. De migratie van vogels, het stroomopwaarts zwemmen van zalmen, de winterslaap van beren: ze hoeven niet te worden aangeleerd, maar zijn evolutionair pre-wired.
Men is het er tegenwoordig over eens dat de mens met alle zoogdieren minstens zeven instinctieve systemen deelt. Ik laat Bruce ze even illustreren.
Er is ten eerste het seeking- of wanting-systeem. Als Bruce buitenkomt begint hij met een enthousiast kwispelende exploratie van de omgeving. Hij schept plezier in het op zoek of op jacht gaan naar nieuwe prikkels of schatten.
Er is het liking-systeem. Soms vindt hij iets wat hem aanstaat of wat blijkbaar aan zijn ‹verlangens› beantwoordt. Dit levert een bepaalde bevrediging op en voortaan weet hij precies waar hij moet zijn om ‹het› te kunnen terugvinden.
Er is het fear-avoidance-systeem. Bruce hoeft niet te leren dat je niet van een trap of andere hoogte naar beneden moet springen. Zijn voorgangers die dit riskeerden hebben het evolutieproces niet overleefd.
Er is vervolgens het rage-systeem: als je hem in het nauw drijft of een ander schepsel heeft het predatorisch op hem gemunt, blaft of bijt hij van zich af. De vijand moet vernietigd worden. Dit is een vorm van hete agressie die nota bene onderscheiden moet worden van de koelbloedige die het zijn prooi najagende roofdier kenmerkt. Inter-male agressie is een subvariant. Bruce bijt in de flank van zijn opponenten of hij staat met veel branie en luid blaffend ‹op zijn strepen›, maar meer kwaad zal hij niet doen, noch is ermee gemoeid.
Het attachment-systeem is (adaptief) wezenlijk voor elk zoogdier. In nood roept het ‹mama›, van wier zorg het immers voor zijn voortbestaan afhankelijk is. In zijn eerste levensmaanden hadden we geen babyfoon nodig om tijdig de noden van Bruce te lenigen. Als de caretaker te lang wegblijft valt het ‹jong› stil. Zo verspilt het geen nodeloze energie, blijft het in de buurt van de thuisomgeving en vermijdt het gemakkelijk want weerloos slachtoffer te worden. Ja, de natuur zit ingenieus in elkaar.
Omgekeerde van het attachment-systeem is het nurturing-systeem. De confrontatie met leven in nood mobiliseert een zorgende en beschermende reflex. Tot spijt van wie het benijdt is de vrouwelijke helft van de zoogdieren evolutionair beter toegerust om beide laatste instinctieve patronen te mobiliseren. Bruce vond een egeltje dat ruggelings was vastgeraakt tussen de rozenstruiken. Voorzichtig bevrijdde hij het uit deze netelige positie. Ik weet niet of dit afbreuk doet aan zijn mannelijkheid.
Last but not least is er een spelsysteem. Alle zoogdieren hebben een soort speldrift. Als muizen vandaag niet hun speelkwartiertje hebben gehad, moeten ze daags nadien hun schade gedurende een halfuurtje inhalen. Al spelende wordt (met de nodige blauwe plekken) van alles geleerd qua (ook sociale) vaardigheden en beperkingen. Bruce legt zijn voorpoten op de grond, steekt kwispelend zijn achterwerk in de lucht en nodigt ons ten gepaste tijde uit in het spel (in-lusio) te treden.
Vrij naar de Duitse schrijfster Juli Zeh: als alles een spel is, dan zijn we verloren; indien niet, dan zeker.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 1382-516x
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden


