Tante is toch wel lief
Samenvatting
‹Mama heeft voor ik geboren werd een ernstig ongeluk gehad. Soms ben ik bang dat een zwerver haar slaapkamer binnenkomt. En, mevrouw Klein, ik ben bang voor Hitler. Maar de geallieerden zullen hem wegjagen. De bommen hebben onze kok aan het schrikken gemaakt, zij slaapt nu bij de buren›. Een klein fragment uit het eerste uur — in 1939 — van de analyse van Richard van tien bij Melanie Klein.1
Het is februari 2021: buiten is het veel te warm, de economie slaat over de kop en iedereen is boos op de regering, die het virus maar niet op laat houden. Een groep supervisandi kijkt naar Crìa cuervos van Carlos Saura,2 een film over een zevenjarig meisje Ana met een blikje bicarbonaat. ‹Mama zei dat je er een olifant mee kunt doden›. Crìa cuervos y te sacaran los ojos is een Spaans spreekwoord dat zegt: als jij een raaf kweekt, zal hij jouw ogen uitpikken.
In de opleiding tot psychotherapeut slaat men cursorisch onderwijs in de psychoanalyse gewoon over. Van kandidaten wordt wel verlangd dat ze inzichtgevende behandelingen uitvoeren. Hoe dan? ‹Ach, dat leer je wel in de supervisie. Iets over gevoel en iets over vroeger, beetje zwijgen. En meestal wordt er toch eclectisch gewerkt›. Zoiets … Kweekt de opleiding raven?
Mijn supervisandi — negen hoofden op een scherm — moeten van mij in hun schaarse vrije tijd lezen over Melanie Klein, over de paranoïde schizoïde positie, de depressieve positie en de phantasie met ph. Ze bestuderen Richards eerste uur en ze kijken Crìa cuervos. Zo hebben we een gezamenlijk patiëntje, Ana van zeven jaar. We kunnen Ana kijkend naar ons scherm telkens terugspoelen. Ana heeft donkere ogen, die alles zien. Ana lijkt op een raaf.
Wat als jij een raaf kweekt ... Ana is de middelste dochter van een militair die dient onder Franco en een pianiste die haar carrière opgaf voor haar man. Ana's moeder is dood, ze had kanker. Tante Pauline heeft samen met oma de zorg en huishouding overgenomen. Vader overlijdt plotseling aan het begin van de film. Hij heeft een minnares in bed. Ana had een schepje bicarbonaat — gif waarmee een olifant te doden is — door zijn melk gedaan. Het is zomervakantie. Tante stelt orde op zaken. Ana en haar zusjes moeten netjes leren eten. Vaders gewerenkamer moet opgeruimd worden. Ze gaan een dagje uit en spelen verstoppertje. Oma zit in een rolstoel en kan niet praten. Ana speelt en ziet haar moeder overal. Als enige. Ze zorgt voor haar cavia.
Ik leg de negen hoofden op het scherm uit: ‹Jullie zien een zevenjarig eenzaam meisje. Jullie zien Ana's phantasie met ph. Papa moet dood, het is zijn schuld dat mama overleden is. Mama zat altijd te wachten. Papa was altijd naar zijn minnaressen. Mama zeurde. Er was iets met olifantengif, iets met mama. Iets wat Ana moest doen. Zoals jullie in een film stappen, zo stapt een patiënt in de wereld van de therapeut. De therapeut is de liefste, de aardigste, de enige, de gemeenste en de meest verwaarlozende. De therapeut moet alles goed maken en de patiënt, die daar niet minstens af en toe in gelooft, heeft niks aan de behandeling. Een therapie-uur eindigt op tijd. Net als een film. ‹Niet uitlopen hoor›, waarschuw ik de negen hoofden.
‹En wat gaan jullie nu doen met Ana? Ana komt bij jullie in therapie. Haar moeder is dood. Haar vader is net overleden. Ze heeft een cavia, die ook nog zal sterven. En ze vindt tante met haar zorg gemeen. Helemaal als tante mama nadoet. Oma is wel lief. Denk aan Richard. Denk aan de phantasie met ph›.
Mijn negen hoofden op het scherm denken aan rouwtherapie, aan normaliseren en aan vertellen wat bicarbonaat eigenlijk is. Een hoofd denkt dat Ana zich schuldig voelt, een ander hoofd vindt dat tante ook begrip moet krijgen.
‹Zo lijken jullie helemaal niet op Melanie Klein. Richard dacht aan zwervers, bommen, slaapkamers en Hitler. Ana heeft te maken met Franco, minnaressen, een dode, eenzame moeder, olifantengif en een overleden vader›, zeg ik.
‹Maar Ana is onschuldig, zij heeft haar vader toch niet doodgemaakt? En haar ouders zijn zo grensoverschrijdend. Ze heeft alleen haar cavia›, zeggen de hoofden op het scherm.
Ik zie mezelf praten op het scherm en kijk hoe mijn haar zit. Buiten waart een virus.
‹Jullie moeten leren raven zijn›, antwoord ik. We delen het scherm en we spoelen terug naar Ana's ogen. ‹Kijk: ze is tevreden, ze lacht als haar vader dood is›. Alle hoofden zien het. ‹Ana heeft haar vader vermoord met bicarbonaat, nu is haar dode moeder echt alleen voor haar›.
‹Je kunt toch niet zeggen dat een meisje van zeven haar vader wil vermoorden? Dan wordt ze zo bang dat ze het echt gaat doen›, zeggen de hoofden. ‹Maar ze doet het toch echt met bicarbonaat? En ze lacht›, antwoord ik, kijkend naar mijn laptop. ‹Jullie zijn eigenlijk Anna Freud en nu ben ik even Melanie Klein. Anna Freud was zo bang dat al te veel in fantasie opgaan zou leiden tot het uitvoeren van rare praktijken›.
‹Maar dat is toch niet denkbeeldig?›, zeggen de hoofden.
‹Nee, zeker niet. Maar deze Ana is keurig opgevoed. Kijk maar›. We spoelen terug naar een scène waarin Ana haar pop vertelt dat pop stout is, want pop was niet lief voor haar zusjes en pop had tante geplaagd.
‹Ik denk dat het helpt als Ana mag vertellen waarom ze haar vader gedood heeft met olifantengif›, zeg ik. ‹En er niet meteen bij vertellen wat bicarbonaat is hoor. Een film heeft ook geen ondertiteling met:
«Dit gebeurt niet echt». Tante is gemeen. Mama is lief. En papa is slecht, vindt Ana. Kunnen jullie in de film zien wat het effect is van jullie behandeling?›, vraag ik aan de hoofden. En ik leg daarna uit: Ana moet in de depressieve positie komen. In Melanie Kleins termen: ze is in zichzelf gekeerd, schizoïde. De wereld komt als gevaar op Ana af: tante doet alsof ze mama is, Ana moet netjes eten. En tante vindt het niet goed dat Ana met het geweer van papa speelt. Wat doen jullie in de behandeling?›.
De hoofden en ik praten van achter onze keukentafels over bicarbonaat. Over een oplossing om van tante af te komen. Over een schepje olifantengif van mama in tantes glas melk. We zien hoe Ana de moord zorgvuldig plant. We spoelen de film terug en delen het scherm. ‹Hé, kijk, na de moord op tante ligt Ana met haar ravenogen lachend in bed. Maar mama komt niet, Ana kan gewoon alleen slapen›.
De volgende ochtend breekt de eerste schooldag aan. Tante doet de gordijnen open. Ana stoeit met haar zusje onder de dekens. Dat vindt iedereen leuk. Zelfs tante doet zulke dingen. ‹Hè? Maar tante was toch dood?›. Ana komt onder de dekens vandaan. ‹Heb je lekker geslapen Ani?›, vraagt tante. Tante is eigenlijk lief. En Ana is opeens gewoon klein. Haar haar zit in de war.
‹Zie je wel›, horen de hoofden en ik Melanie Klein zeggen.
Die woede moest eruit. Tante is niet mama. Tante wist dat wel, maar Ana niet. Papa heeft geweren. Dat is toch ook wel fijn. Kweek raven. En laat ze er af en toe uit. Met een blikje bicarbonaat. Raven zitten vanbinnen. Het is moeilijk ze te vinden. Zoek. In de phantasie met ph. Zelfs in oorlog en onder dictatuur. En laat ze niet je ogen uitpikken!
We zetten het scherm uit en zijn alle tien weer alleen. En dat virus? Wat dat diep van binnen in ons doet? Onze phantasie met ph daarover? ‹Eerst allemaal een prik!›, zeggen Melanie Klein en Anna Freud allebei. En dan pas praten, over papa, mama, de regering en de wetenschap.
Noten
- 1.Klein, M. (1961). Narrative of a child analysis, the conduct of the psycho-analysis of children as seen in the treatment of a ten-year-old boy.In The Writings of Melanie Klein, Volume IV (pp. 15-23). New York: The Free Press.
- 2.Saura, C. (1976). Crìa cuervos. NB het bleek niet eenvoudig de film te verspreiden onder de opleidelingen. De film is op dvd te verkrijgen.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 1382-516x
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden


